Druk op F11 voor volledig scherm.

Vrijdag 30 juni 1995

Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots)
Dverghamrar (elfenrots) Alie
Dverghamrar (elfenrots)
Boerenkerk
Boerenkerk
Zuidkust
Zuidkust
Zuidkust
Zuidkust
Vik
Vik
Vik
Vik
Vik strand
Vik strand
Skogafoss boven
Skogafoss boven
Skogafoss boven
Skogafoss boven
Skogafoss
Skogafoss
Skogafoss
Skogafoss
IJslanders
IJslanders
IJslanders
IJslanders
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Waterval waar pannenkoeken gegeten worden.
Pannenkoeken eten.
Pannenkoekhappers
Bij het ontbijt komen we een andere Nederlander tegen. De jongen is alleen en op de fiets en heeft hele verhalen tegen ons.
We rijden door de Skei­arßrsandur en komen over de langste brug van IJsland die 904 m lang is. De twee uitlopers van de gletsjer zijn nu gescheiden, maar in de koudere tijd tot 1940 was het ÚÚn uitloper. Sindsdien is de temperatuur hoger geworden. Dit dal is in 1934 door een gletsjervloed overstroomd geweest. Hierbij stierven 9000 mensen, dat was 23 % van de IJslandse bevolking. De rivier werd 9 km breed en er vloeide 64000 m│/sec water, 565 km▓ kwam onder water. Doordat er een warmwaterbron onder de gletsjer is smelt het water onder de gletsjer. Dat water zoekt een uitweg en als de druk te hoog wordt, wordt de gletsjer opgelicht en al het water komt in een keer over de delta.
Bij Dverghamrar stoppen we even om de basaltzuilen te zien. Je kan je makkelijk voorstellen dat hier dwergen leven zegt Trausti.
We gaan naar Systravatn (zustermeer) over een heel smal weggetje, de chauffeur rijdt heel voorzichtig over een riviertje over het weggetje. Aan het eind van het weggetje stappen we allemaal even uit en daarna rijden we over hetzelfde weggetje terug. De chauffeur moet weer over het riviertje, hij denkt dat het niet goed gaat en steekt even terug en gaat er dan goed over. We klappen en Trausti zegt al dat de chauffeur het goed doet en dan horen we een klap. Een Duitse vrouw geeft een gil. In het midden van de bus zit de middendeur waar ik tegenover zit, de deur is ontzet en kan niet meer dicht. SŠvar kijkt en ziet dat er een stuk stang vanaf is gebroken. Met open deur rijden we een stukje verder tot het Essostation. Dat is wel lekker met de deur open omdat het toch weer warm is. Bij het station gaan we er uit en SŠvar gaat er met de bus vandoor. Wij nemen lekker ijsjes en ik koop 10 hete dropsnoepjes en de chauffeur komt een tijdje later met smerige handen terug. De middendeur gaat nu niet meer open en dat vind ik wel jammer omdat ik er tegenover zit en er steeds als eerste uit ben. Gelukkig is het de laatste dag.
Bij KirkjebŠjarklaustur (kerkboederijklooster) gaan we even naar rechts om de 'kerkvloer' Kirkjugˇlf te zien. Trausti vraagt hoe oud deze kerkvloer is, sommigen zeggen: een paar honderd jaar oud, omdat ze denken dat deze vloer is neergelegd, maar dat is niet zo, het is basalt van 1 Ó 2 miljoen jaar oud.
We passeren de Eldhraun (vuurvulkaan). Deze barstte in 1783 uit en duurde 9 maanden. Er ontstond een spleet van 30 km lengte, waaruit lava stroomde. De lavastroom bereikte een lengte van 60 km. De lavastroom als zodanig veroorzaakte geen slachtoffers, maar de aanwezigheid van de gassen zwaveldioxide en trioxide belette de groei van het gras. Door gebrek aan voedsel stierf een kwart van de bevolking.
We komen langs de gletsjer Mřrdalsj÷kull (1400 m hoog), hier zit een kraflavulkaan onder en is sinds 870 al 60 keer uitgebarsten, in 1918 de laatste keer. De gletsjer is 700 km▓ en de sandur erbij is ook 700 km▓.
In VÝk maken we een wandeling naar het strand, daar leest Trausti een verhaal voor in het Duits over een zeemeermin die aan land kwam. Daarna vraagt hij wie weet welk land hier ten zuiden van IJsland ligt. Niemand raadt het want het is de zuidpool.
Terug bij de bus wordt al het lekkers weer verdeeld en we krijgen een bruine cake, dit keer geen Christmascake. Daarbij vertelt Trausti het verhaal uit een boek van Halldˇr Laxness: 'Een man is op doorreis en komt bij een herberg. Hij is daar de enige gast en krijgt van de gastvrouw 53 taarten voorgeschoteld.' Ik zie het helemaal voor me en lig in een deuk.
Het volgende stoppunt is bij een waterval 'Skˇgafoss'. Eerst gaan we even langs het museumpje, maar gaan vanwege tijdgebrek niet naar binnen. Wel mogen we even de huisjes van binnen bekijken. De Skˇgafoss is 60 m hoog en heel mooi. Ik zie dat je ook naar boven kan en omdat we 20 minuten hebben ren ik naar boven. Ik moet wel steeds even op adem komen, maar in 5 minuten ben ik al ruim boven de waterval, dus zo'n 65 m hoog. Ik dacht boven nog een stuk van de gletsjer te kunnen zien, maar ik zie maar een heel klein stukje en dan nog met bewolking. Ik zie de anderen als stipjes alweer richting bus lopen, dus ren ik naar beneden. Daar neem ik nog een paar foto's want ik ben niet de laatste. Ik ben wel de enige die boven is geweest. Trausti is ook verbaasd dat ik boven ben geweest toen die ene mevrouw tegen hem zei dat ik zo snel naar boven rende. In de bus zeg ik tegen Nico dat ik boven was geweest, maar dat had hij al gezien en had dat tegen Evelien gezegd. Dus toen ik zei: "Ich war ganz oben." zei Evelien: "Das war ganz klar!"
Trausti vertelt een verhaal over een jongen van 15 jaar die verliefd werd op een vrouw van 30 begin 16e eeuw. Hij mocht niet trouwen met haar van haar broer die sheriff van het dorp was. Hij werd gezocht door die broer van haar, daarom leefde hij in een grot in de bergen. Af en toe kwam hij naar haar toe en zo hadden ze ook een hok met kinderen. Op een dag zag de jongen (die al geen jongen meer was, maar een man) een man op een paard in de rivier. Het paard viel, de man viel er af en dreigde te verdrinken. De jongeman redde hem en het bleek dat hij de broer van zijn geliefde had gered. Die was hem zo dankbaar dat hij toch mocht trouwen met haar en zo leefde ze lang en gelukkig.
Nu stelt Trausti een avontuur voor en wij moeten naar zijn schuilplaats zoeken. Omdat ik nogal snel ben loop ik voorop door het af en toe natte gras. Dicht bij de berg kijk ik omhoog en professor Vater uit Aken gaat me voor op het bergpaadje. Hij ziet een touw naar beneden hangen en wil erin klimmen. Het lukt niet. Ik pak het touw en klim in het touw tot ik steun heb met mijn voeten, dan kan ik makkelijk verder klimmen. Als ik bij de grot ben kijk ik zo'n 6-7 meter naar beneden en vraag de anderen of ik koffie moet zetten. Ik kruip de paradijsgrot (ParadÝssarhellir) in en even later komt Trausti ook. Hij zegt dat de jongen hier leefde met dekens langs de muren en op de grond. Zijn voedsel had hij daar ook. Ik vraag hoe hij dat dan deed zonder touw, hij zegt dat dat wel te doen valt. In de wanden en vloer zijn allemaal beesten gegraveerd, heel mooi. Ik wou dat ik mijn fototoestel mee had genomen, maar dat ging niet omdat ik me zo stevig vast moest houden aan het touw. Ik vraag hoe hij die figuren gemaakt had. Hij zegt dat hij dat met een mes deed. Nu ligt er nog een kist met een gastenboek erin. We meten hoe groot de grot ongeveer is: 7 x 3 x 2,5 m. 'Quite comfortable' zegt Trausti. Ik krijg het een beetje benauwd in die kleine ruimte en ga terug. Het eerste stuk gaat makkelijk met de trappen, maar het laatste stukje heb ik geen houvast meer met mijn voeten en zo klap ik opeens met mijn handen om het touw tegen de scherpe wand en glijdt dan naar beneden tot ik houvast heb met mijn voeten, dan ben ik gelukkig beneden. De paar mensen die nog stonden te kijken schrokken wel. Ik heb een grote schuurplek op de rug van mijn hand, maar het ergste is dat ik zo vreselijk geschrokken ben, stel je voor dat dat hoger was gebeurd, dan had ik wel mijn hoofd aan de rotsen kunnen stoten of dood kunnen vallen. Ik ben er een beetje beroerd van en ga gelijk terug naar de bus, terwijl de anderen nog op Treinie en Trausti wachten. Bij de bus is net de hele groep paarden aangekomen die we onderweg tegenkwamen. Die paarden doen alles weer vergeten. In de bus zegt Trausti dat hij nog een avontuur heeft, maar ik zeg tegen Nico dat ik nu dicht bij hem blijf, maar het is nu wat anders. We kunnen achter een waterval (Glj˙frafoss) doorlopen. Ik zeg tegen Nico dat hij maar moet gaan, dan ga ik filmen. Maar als hij terugkomt zie ik dat hij geen foto's heeft genomen, dus ga ik alsnog even snel er achteraan om te fotograferen. Ik had helemaal niet zo hard hoeven lopen want we gaan daar gelijk koffiedrinken. Vanwege het verhaal dat die ene boerderij 5,5 maand geen zon ziet en ze de eerste dag als ze de zon zien pannenkoeken eten, heeft Trausti ook pannenkoeken voor ons laten bakken en die krijgen we nu. Ze zijn heerlijk met appel erin.
We maken verderop nog een technische stop en dan mogen we ons geld nog opmaken in het hof van Eden. Het is een grote winkel, met er achter een grote kas die verwarmd wordt door het warme water uit de grond. Er staat een ficus benjamin van een meter of 5-6. Kwamen we de hele week een stuk of 10 auto's per dag tegen op de landwegen, nu is het behoorlijk druk op de weg hier want de mensen uit Reykjavik zijn onderweg naar hun vakantiehuisjes om het weekend door te brengen.
We begonnen met regen in Reykjavik en nu regent het ook (of nog?). We gaan weer naar hetzelfde hotel en omdat we nu wel genoeg gezien hebben gaan we alleen nog even op zoek naar een eettent. We hebben zin in Chinees en bestellen een gerecht voor 2 personen. De soep was niet lekker, maar de 4 gerechten waren gelukkig heerlijk. (O.a. kip met cashewnoten).

Dag 1, 18 juni 1995 (Reykjavik)

Dag 2, 19 juni 1995 (Gullfoss, Geyser, Thingvellir)

Dag 3, 20 juni 1995 (schiereiland Snaefellsnes)

Dag 4, 21 juni 1995 (Eldborg (vuurberg) + boottochtje

Dag 5, 22 juni 1995 (Reykholt, lavawatervallen, witte rivier)

Dag 6, 23 juni 1995 (Akureyri, eiland Hrisey)

Dag 7, 24 juni 1995 (Go­afoss, Mřvatnmeer (muggenmeer), Hverfjall (explosiekrater), Dimmuborgir, Krapla)

Dag 8, 25 juni 1995 (Husavik, turfboerderijen, Dettifoss, woestijn)

Dag 9, 26 juni 1995 (Hengifoss, Sey­isfj÷r­ur)

Dag 10, 27 juni 1995 (Borgarfj÷r­ur, elfenrots, papagaaiduikers, rit op een IJslander)

Dag 11, 28 juni 1995 (Vatnaj÷kull (gletsjer), J÷kulsßrlˇnmeer (ijsschotsen))

Dag 12, 29 juni 1995 (met een trekker naar Ingˇlfsh÷fdi (vogels kijken), Hvannadalshn˙kur)

Dag 14, 1 juli 1995 (terug naar huis)

Ga terug naar homepage van Alie.
email Alie Alie van Nijendaal, 28 september 2004