Druk op F11 voor volledig scherm.

Dinsdag 27 juni 1995

Borgardfjord
Borgardfjord
Borgardfjord hut
Borgardfjord hut
Borgardfjord stroomversnelling
Borgardfjord stroomversnelling
Borgardfjord watervalletje
Borgardfjord watervalletje
Borgardfjord
Borgardfjord
Borgardfjord
Borgardfjord
Borgardfjord
Borgardfjord
elfenrots
elfenrots
papegaaiduikers
papegaaiduikers
te paard
te paard
In de warme broodjes die 's morgens in een mandje worden gedeponeerd zitten krenten en de broodjes zijn gloeiend.
Bovenop de berg liggen nog dikke pakken sneeuw, ook over meertjes heen. We mogen in een noodhut kijken. Trausti zei dat er truien in moeten liggen en biskwies enz., maar er liggen nu geen truien in. Er ligt wel een gastenboek en een Zwitser, Josef, heeft in de hut overnacht toen het heel mistig was en hij was met de fiets. Hij had een mooie tekening gemaakt, een gedicht in het IJslands en het Duits. Hij was er 3 nachten gebleven.
We rijden naar de baai van Borgarfjöršur. Trausti vertelt dat er hier zoveel ongelukken gebeurde heel vroeger. Een monster zorgde voor die ongelukken en in 1306 kwam er een man van de overkant van Borgarfjöršur, die met hem vocht en hij gooide hem in zee. Sindsdien staat er een kruis bij de weg. Tegenwoordig wordt er beweerd dat er een man rondwaart die niet alleen zijn hoed afneemt als je hem tegenkomt, maar ook zijn hoofd.
We rijden door naar een rots (Hafnarholmķ) waar veel papagaaiduikers moeten zitten en inderdaad, we zien er honderden. Ze vliegen af en aan en er zitten er heel veel in het gras op de rots. Mensen mogen niet verder komen dan de rotsen, maar dat geeft niet, want ze vliegen bijna door je haar. Nico krijgt al een flats van een meeuw op zijn camera. We kunnen er maar niet genoeg van krijgen van die beesten. Je kan je moeilijk indenken dat de IJslanders zulke beesten eten, terwijl er een ander soort vogel is die ze niet eten om emotionele redenen (ik weet niet meer welk soort dat is).
Bij de elfenrots gaan we ons middageten verorberen. Hier schijnt de elfenkoningin van IJsland te wonen (waar ze allemaal in geloven!).
We gaan nog even naar het plaatsje Bakkagerši, waar we vanmorgen al geweest waren in een winkel met allerlei steentjes. We mogen nu zelf steentjes zoeken aan de kant van de weg, maar hele bijzondere liggen hier niet. Er is nog wel een pittig dun watervalletje. Onderweg tussen de haarspeldbochten door stoppen we ook nog bij een wild stukje in de rivier.
We gaan nog even naar het plaatsje Bakkagerši, waar we vanmorgen al geweest waren in een winkel met allerlei steentjes. We mogen nu zelf steentjes zoeken aan de kant van de weg, maar hele bijzondere liggen hier niet. Er is nog wel een pittig dun watervalletje. Om 10 over half 3 zijn we terug in het hotel en om 3 uur krijgen we koffie in de eetzaal met een lekkere warme eierkoek erbij.
Om 4 uur gaan 6 Duitsers met 2 auto's mee naar een boerderij en dan komen ze op IJslandse paarden naar het hotel terug. Ik wil natuurlijk ook rijden en de bedoeling is dat als de Duitsers hier zijn, weer 5 anderen van de groep op die paarden terugrijden naar de boerderij. Ze zouden tussen 5.15 en 5.30 hier zijn en we staan al voor vijven op wacht, maar we zien niets. Om half 6 nog niets en het begint al harder te waaien. Ik ga gauw mijn lenzen uit doen voordat ik er last van krijg met die wind en net als ik terugkom komt de groep eraan. Ze zijn met 9 paarden, er zijn 3 begeleiders mee. De Duitsers hadden geen van allen ooit gereden en van de groep die terug gaat hebben er 3 nog nooit gereden. De Duitser met de baard (de cameraman) gaat een eindje voor de groep uit en dat lijkt me een vurig paardje. Als hij afstijgt ga ik er gelijk op af en stijg gelijk op en stap een beetje met hem. Hij is best gehoorzaam en luistert goed naar het bit. Hij heet Geysir en is nu een ruin van 11 jaar, maar hij is wel de vader van een paardje dat mee is. Het duurt een hele tijd voordat die anderen allemaal opgestapt zijn, maar ik hoor later dat ze de paarden toegewezen kregen van de begeleiders, daar had ik helemaal niet bij stilgestaan. Ik denk wel dat we de hele tijd zullen stappen omdat er beginners bij zijn. Eerst stap ik achter de voorste 2 aan, maar onderweg wil ik naar achteren, eerst blijft Evelien, de Duitse vrouw, achter me maar dan gaat ze er toch langs, dan rijd ik met Trausti achteraan. Mijn paard tölt heel makkelijk en dat doet hij vaak. Ondanks dat we beginners mee hebben vragen ze of we harder durven en dan gaan we. Ik houd hem een beetje in en laat hem dan gaan en dan galoppeert hij even. Verder tölt hij heel snel en dat gaat wel leuk, maar als hij nog sneller moet, gaat hij in telgang en dat is toch een belevenis, prachtig is dat! Dat doet hij nog een paar keer en je voelt dan niet zoveel beweging, maar wel vaart en kracht, schitterend is dat. Alleen als hij draaft gaat dat niet lekker, dan hobbel ik nogal en ik kan niet lichtrijden, daarvoor ontbreekt het ritme. De weg ligt vol met stenen, maar daar geven ze niets om, ze lopen gewoon alsof ze precies weten waar ze hun hoeven neer moeten zetten. We steken een ondiep riviertje over en rijden door een licht heuvelachtig gebied. Het is prachtig mooi. We rijden de hele tijd over landweggetjes en we hebben nog een heel eind te gaan als ze het ene vrije paard loslaten, die mag zelf naar huis. Ze blijft wel de hele tijd in de buurt en loopt niet in een keer naar huis, maar als ze de weg afgaat gaan ze er gauw naar toe en jagen haar naar de weg. We moeten door een wat dieper riviertje en ik steek mijn voeten omhoog. Later zegt die Duitse vrouw tegen haar man: "Zķj zat gewoon om te kijken en stak haar benen omhoog." In tölt keek ik om hoe die anderen gingen en in telgang keek ik naar beneden of hij beide benen gelijk bewoog. Na 1 uur rijden komen we om 10 voor 7 bij de boerderij aan. De paarden zijn aardig bezweet. We zetten ze bij de muur vast. Ik geef Geysir en die er naast staat een suikerklontje. Jean die mee was vond het helemaal niet leuk, maar Petra en Evelien wel. Ik geef 1500 kronen aan het Duitse meisje die daar werkt en mee was. Ze is daar 3 weken met haar vader die ook mee was met de groep, verder was er nog 1 IJslandse jongen mee. Met een jeep worden we teruggebracht naar het hotel (met z'n zessen in de auto).
Nico is intussen wezen zwemmen en de Duitsers waren ook in het zwembad, maar ze deden wel erg wild met een bal. We gaan bij de Duitsers aan tafel zitten en dat is lachen natuurlijk. De cameraman moet lachen als ik zeg dat ik zijn paard wilde hebben omdat ik die zo vurig vond. We krijgen soep die naar niets smaakt. Nico krijgt in plaats van forel een soort kaasburger, maar dan broodachtig. Jan zit naast me en vraagt of het camembert is, Nico zegt dat het niet zo naar kaas smaakt. Dan zegt Jan in het Duits tegen Evelien: "Ich fragte ob es nach Camembert smeckte, aber er sagte: "Ach so slim ist es auch wehr nicht."" (zo erg is het nu ook weer niet.)

Dag 1, 18 juni 1995 (Reykjavik)

Dag 2, 19 juni 1995 (Gullfoss, Geyser, Thingvellir)

Dag 3, 20 juni 1995 (schiereiland Snaefellsnes)

Dag 4, 21 juni 1995 (Eldborg (vuurberg) + boottochtje

Dag 5, 22 juni 1995 (Reykholt, lavawatervallen, witte rivier)

Dag 6, 23 juni 1995 (Akureyri, eiland Hrisey)

Dag 7, 24 juni 1995 (Gošafoss, Mżvatnmeer (muggenmeer), Hverfjall (explosiekrater), Dimmuborgir, Krapla)

Dag 8, 25 juni 1995 (Husavik, turfboerderijen, Dettifoss, woestijn)

Dag 9, 26 juni 1995 (Hengifoss, Seyšisfjöršur)

Dag 11, 28 juni 1995 (Vatnajökull (gletsjer), Jökulsįrlónmeer (ijsschotsen))

Dag 12, 29 juni 1995 (met een trekker naar Ingólfshöfdi (vogels kijken), Hvannadalshnśkur)

Dag 13, 30 juni 1995 (Skeišarįrsandur (delta), Eldhraun (vuurvulkaan), gletsjer Mżrdalsjökull, Vik, Skógafoss, pannenkoeken eten bij Gljśfrafoss)

Dag 14, 1 juli 1995 (terug naar huis)

Ga terug naar homepage van Alie.

email Alie Alie van Nijendaal, 28 september 2004